HET UNIVERSUM VAN JEUGDAUTEUR NICO DE BRAECKELEER
WELKOM OP JUPITER

DE RING VAN JUPITER

UITVERKOCHT !!!

ALGEMENE INFO

'De Ring van Jupiter' werd eind juni 2002 uitgegeven bij Standaard Uitgeverij. Dit jeugdboek is het debuut van Nico De Braeckeleer. De prachtige cover en de illustraties werden getekend door Peggy Van Den Eynde. Zij verzorgde ook de lay-out.
Met het publiceren van dit boek ging een kinderdroom van Nico in vervulling. Toen Nico het idee kreeg voor 'De Ring van Jupiter' voelde hij dat er wel eens een leuk verhaal kon inzitten. Hij ging meteen aan de slag en werkte 1 jaar lang aan het fantasy-verhaal.

 

STEEKKAART

 
     
 

Auteur :

Nico De Braeckeleer
 

Uitgeverij:

Standaard Uitgeverij
 

Illustrator:

Peggy Van Den Eynde
 

Genre:

Fantasy / avontuur
  Datum verschijning: 30/06/2002
 

Uitvoering:

paperback
 

Formaat:

14x20,5 cm
 

Omvang:

248 blzn.
 

Prijs:

12,50 euro
 

Leeftijd:

10+ (9-14 jaar)
 

ISBN:

90 02 21254 2

(terug naar 'menu DE RING VAN JUPITER')



KORTE INHOUD

'De Ring van Jupiter' kan omschreven worden als een magisch sprookje over de groei naar volwassenheid. Het jeugdboek is een fantasy avonturenverhaal voor kinderen vanaf 9 jaar. Het thema van de queeste wordt in het jeugdboek gecombineerd met een verhaal over de ontdekking van een eigen identiteit.

Het verhaal gaat over de twaalfjarige Kevin, die het erg moeilijk heeft om de scheiding van zijn ouders te verwerken. Hij blijft ervan dromen hen weer samen te brengen, maar beseft dat de kans daarop erg klein is. Op een dag vindt hij een mysterieuze knikker in het gras. Een magische knikker die de toegangspoort blijkt te zijn naar andere dimensies. Als hij in de dimensie Jupiter belandt, krijgt zijn leven plots een heel andere wending. De bewoners van Jupiter worden onderdrukt door de Citées, een boosaardig en machtswellustig volkje. Alleen de knikker van Kevin kan hen redden. Het wordt een race tegen de tijd…

(terug naar 'menu DE RING VAN JUPITER')



FRAGMENT

Dit fragment betreft het vierde hoofdstuk van de 'Ring van Jupiter', namelijk 'De andere dimensie.' In het begin van het boek heeft Kevin een knikker gevonden. Hij ontdekt dat hij met de knikker naar andere dimensies kan reizen. In dit hoofdstuk lezen we hoe Kevin terecht komt in een vreemde dimensie.

Het zachte melodietje van enkele fluitende vogeltjes wekte Kevin. Hij opende zijn ogen en verwachtte de posters aan de muren van zijn kamer te zien, maar aanschouwde enkel bomen en gras. Geen posters van bomen en gras. Een echt natuurlandschap. Kevin begreep dat hij niet in zijn bed lag. Hij voelde geen zacht matras onder zich. Lakens waren er evenmin te bespeuren. Hij lag op een harde en koele ondergrond. Nat gras kriebelde in zijn nek.
Kevin kon zich niet voor de geest halen hoe hij midden in een bos was terechtgekomen, tot hij de warme knikker in zijn hand voelde. Was hij in een andere dimensie beland?
Kevin keek om zich heen. Bomen, gras, vogeltjes en een schildpad. Dit was ook allemaal terug te vinden op aarde. Niets wees erop dat hij zich in een vreemde wereld bevond. Misschien was hij toch nog op aarde en had de knikker hem enkel naar een andere plaats op de aardbol getransporteerd.
Kevin richtte zich op en aanschouwde de lucht. Hoewel het geen nacht was, prijkten er twee manen aan de hemel. Ze hingen tussen drie regenbogen. Dit nam de laatste twijfel weg. Kevin was wel degelijk naar een andere dimensie gereisd. Dit besef wond hem op, maar liet tegelijk ook zijn nekhaartjes overeind staan. Beelden van dinosaurussen die hem met huid en haar opaten, overspoelden hem. Allerlei gevaren konden zich schuilhouden in deze wereld. Vreselijke monsters, moorddadige robotten, gigantische vleesetende planten. Alles was mogelijk. Conclusies trekken vooraleer hij deze dimensie had verkend, was echter voorbarig. De Engelsman Mc Bride was tenslotte ook teruggekeerd uit deze wereld.
Kevin snoof de heerlijke boslucht op. De frisse geur gaf hem de moed om op pad te trekken. Terwijl hij door de wildernis stapte, keek hij voortdurend om zich heen. De diertjes die zijn pad kruisten, kwamen hem allemaal heel bekend voor: konijnen, fazanten, salamanders, spreeuwen en duizenden insecten.
Even later arriveerde Kevin aan een open plaats in het bos. Aan de horizon merkte hij nu ook de zon op. Het hemellichaam was oranjekleurig en straalde een zachter licht uit dan de zon op aarde. Toch moest Kevin zijn ogen even dichtknijpen nadat hij recht in het zonlicht had gestaard.
Toen hij zijn ogen weer opende, merkte hij het vervallen huis op. Dat moest er de hele tijd al gestaan hebben, maar Kevin zak het nu pas. Het huis was helemaal uit hout opgetrokken. Het dak was gedeeltelijk ingestort en de steunpalen waren aan het rotten. Het gebouw kon niet al te lang meer rechtop blijven staan. Het was een kwestie van weken voor het zou instorten. Schoorvoetend begaf Kevin zich naar het huis.
Het huis was voor Kevin niet zo maar een huis. Het behelsde veel meer. Het duidde aan dat er mensen op deze wereld leefden of geleefd hadden. Het huis kon moeilijk zichzelf gebouwd hebben. Hoewel. Zelfs daar kon Kevin niet voor honderd procent zeker van zijn. Het was tenslotte een andere dimensie waarin misschien ander natuurwetten geldden dan op aarde.
Kevin naderde het huis voorzichtig en schrok toen hij plots een stem hoorde in de woning. Dus toch mensen. Of misschien andere wezens? Iemand was duidelijk van plan om het huis te verlaten.
Kevin wou zich omdraaien en wegsnellen, maar zijn benen volgden zijn hersenimpulsen niet. Hij was te hard geschrokken van de stem om zich ook maar één millimeter te kunnen verplaatsen.
Met kloppend hart keek hij toe hoe er iemand uit de woning stapte. Een man. Een gewone oudere heer, zoals er zoveel op aarde rondlopen. Vooral zijn lange grijze baard viel op. De man stapte op Kevin af en keek hem aan vanachter zijn brilglazen.
Kevin vroeg zich af wat de man van plan was. Hij verwachtte zich aan het ergste, maar de oude heer stapte hem gewoon voorbij en wenste hem een goeiedag. Kevin was te hard geschrokken om de groet te kunnen beantwoorden. Hij draaide zich om en keek de man achterna. Pas nu viel Kevins blik op de kledij van de man. Een bruine versleten broek, een vuil wit T-shirt en een oud bruin vestje. Niet veel zaaks. Kevin vroeg zich af of de mensen in deze wereld de luxe kenden van op aarde.
Kevin was opgelucht dat de inwoners van deze wereld dezelfde taal spraken en blijkbaar ook dezelfde gewoonten hadden.
Kevin naderde het vervallen huis. Geroezemoes drong door de muren. Buiten stond een verroest bord. De kettingen, die eveneens aangetast waren, verrieden dat het bord vroeger omhoog had gehangen. "oshoeve Caf " was erop geschilderd. De eerste letter en de laatste letter waren zo vaag dat Kevin ze onmogelijk kon lezen. Hij veronderstelde dat het een 'B' en een 'é' moesten zijn. 'Boshoeve Café'. Een café. De ideale plaats om kennis te maken met de mensen uit deze dimensie. De man met de baard had hem vriendelijk begroet, dus de mensen in het café zouden hem vast ook geen kwaad willen berokkenen.
Kevin voelde zijn hart sneller kloppen toen hij het café betrad. Aan de toog stonden enkele mannen met een glas bier. Ze draaiden zich om en keken Kevin van kop tot teen aan. Ook de vrouwen die aan de tafeltjes zaten, observeerden Kevin uitvoerig. Alle ogen prikten in hem. Zijn hart ging nog wat sneller slaan. Het bonkte tot in zijn keel als een grote trom.
"Goeiedag," zei hij tot de aanwezigen.
Niemand zei iets terug. De ogen bleven hem aanstaren. Aarzelend stapte Kevin richting toog en zette zich neer op de enige kruk in het café waarvan de poten niet afgebroken waren.
"Een cola alstublieft," zei hij tegen de kale barman die met zijn rug naar hem gedraaid stond.
Een angstrilling passeerde zijn ruggenwervel toen de barman zich omdraaide. Een breed litteken liep over zijn wang en zijn kleine doordringende oogjes staarden Kevin aan vanuit diepe oogkassen.
"Een cola?" vroeg de barman.
"Ja… alstublieft," zei Kevin aarzelend.
Zijn mond voelde kurkdroog aan. Kevin was bang dat de man hem een pak rammel zou geven in plaats van een cola. Toch probeerde hij rustig te blijven. De kale barman met het litteken kwam eindelijk in beweging. Hij nam een glas en goot er de drank in. Toen hij het glas op de toog zette, zag Kevin dat het geen cola was maar water.
"Dat zal ook wel goed zijn zeker," zei de barman.
Kevin knikte even en dronk van het water. Het smaakte flets en vies. Het leek wel water uit een beek. Toch deed het koele water deugd in zijn droge mond. De vieze grondsmaak moest hij er maar bijnemen.
Kevin zette het glas terug op de toog.
"Waar kom je vandaan?" vroeg de kale barman.
"Euh… van… hier wat verder," loog Kevin.
De doodse stilte gaf aan dat iedereen in het café meeluisterde.
"Zijn je ouders omgebracht door de Citées?," vroeg de man.
Kevin wist niet waar de man het over had.
"Euh nee."
Tijdens de conversatie kon Kevin zijn ogen niet afhouden van het litteken op de wang van de cafébaas. Hij probeerde er niet naar de kijken, maar betrapte er zichzelf op dat hij dat wel deed.
"Waar zijn je ouders dan?" vroeg de barman.
"Thuis."
De barman knikte.
"Je ziet toch zo dat hij liegt," zei één van de mannen in het café halfluid. "Dat is gewoon een straatkind. Hij beseft niet eens dat hij geen familie meer heeft."
Een vrouw in het café was het niet eens met de man.
"Een straatkind?" vroeg ze. "Waarom blinkt zijn kleding dan zo?"
Kevin bekeek de aanwezigen en zag dat ze allemaal oude spullen droegen. Hun kledij was gekreukt, oud en vuil. Dat de mensen hier in armoede leefden, was overduidelijk. Niet verwonderlijk dat hij opviel met zijn nieuwe zwarte short en blauwe T-shirt.
Toen Kevin naar het glas water op de toog greep, begaf de kruk onder hem. Een poot boog en brak door onder zijn gewicht. Kevin viel achterover op de grond.
Iedereen lachte. Het ijs leek gebroken door zijn val. Aan hun gelach kwam bruusk een einde toen de knikker uit de broekzak van Kevin viel. De knikker rolde over de grond en kwam tot stilstand aan de andere kant van het café.
Ijzige stilte. De aanwezigen staarden naar de knikker. Kevin kon aan de uitdrukking op hun gelaat zien dat ze wisten dat het een magische knikker was. Niemand deed echter de moeite om de knikker op te rapen. Misschien waren ze er bang voor?
Kevin richtte zich op, stapte naar zijn knikker toe en nam hem van de grond. De knikker was gevuld met rode en oranje slierten, wat betekende dat de poort tussen de dimensies gesloten was. Kevin stak de knikker terug in zijn broekzak. Momenteel kon hij er toch niet terug mee naar de aarde vluchten indien er in deze dimensie hem iets bedreigde. En Kevin voelde dat er elk moment iets te gebeuren stond. Vanaf het ogenblik dat de mensen in het café de knikker hadden gezien, lag er een vreemde blik in hun ogen.
Het was te gevaarlijk om nog langer in het café rond te hangen. Hij nipte van zijn glas water en zette het halfvol terug. Hij draaide zich om en wou het café verlaten, maar de barman liet hem niet zomaar begaan.
"Zou je niet eerst betalen, jochie!" snauwde hij.
Kevin tastte in zijn broekzak. Ergens moest hij nog een briefje van honderd frank hebben. Er kwam een krop in zijn keel toen hij het niet direct terugvond.
Wat zou de kale barman doen als Kevin niet betaalde? Kevin doorzocht voor een tweede keer zijn zakken en achter zijn zakdoek vond hij een verfrommeld briefje van honderd. Opgelucht overhandigde hij het briefje aan de barman.
"Een papiertje! Wat moet ik daarmee aanvangen?" vroeg de barman.
Kevin had er geen rekening mee gehouden dat in deze wereld werd betaald met een ander soort munt. De krop in zijn keel kwam terug. Hij wist helemaal niet wat hij moest doen.
"Je hebt toch wel kralen bij je, hé jochie!"
"Euh… nee maar…"
Kevin wou vertellen dat hij uit een andere wereld kwam en dat daar betaald werd met papieren geld, maar de barman onderbrak hem.
"Geen kralen hé! Wel, dan kun je maar beter je knikker geven!"
Kevin kon zijn knikker onmogelijk afgeven. Zonder dit kleinood was het onmogelijk om terug te keren naar de aarde.
"Die kan ik u niet geven," zei Kevin.
"Dat kan je maar beter wel doen, jochie!"
Het klonk als een dreiging.
Kevin moest zich uit de voeten maken. Hij schatte de afstand tot aan de deur vijf meter. Op school was hij één van de betere lopers en hij aarzelde dan ook niet om de sprint in te zetten.
Hij draaide zich razendsnel om, zette een paar vlugge passen en raakte in minder dan twee seconden bij de deur. Een breedgeschouderde man blokkeerde de uitgang. Kevin keek rondom zich, maar zag nergens een andere uitweg.
"Geef die knikker maar aan mij," zei de zwaargebouwde man breed grijnzend.
De kale barman met het litteken kwam vanachter de bar.
"Die knikker is van mij!" riep de barman.
Kevin stond geblokkeerd tussen de twee mannen. Er was geen enkele uitweg. Hij wierp een vluchtige blik op de knikker in zijn broekzak, maar die was nog steeds oranjerood. Ontsnappen naar de aarde was onmogelijk.
De zwaargebouwde kerel en de barman bleven op ongeveer een meter van hem staan. In het café sprongen nu ook enkele andere mensen van hun stoel. Een man met een zwarte lap voor zijn oog, sloeg de barman opzij.
"Ik zal je helpen, jongen. Geef hier die knikker, jongen. Vlug!"
Kevin wist niet of hij de man kon vertrouwen, maar besloot de knikker niet af te geven.
De barman gaf de man met de zwarte lap een stomp in zijn maag. Deze plooide dubbel en week achteruit. Hij stootte tegen een andere man. Deze gaf op zijn beurt een slag. Al vlug was iedereen in het café in het gevecht verwikkeld. Allemaal vroegen ze Kevin naar de knikker. Kevin nam de knikker uit zijn broekzak en hield hem stevig in zijn handen. Hij begreep niet waarom de mannen elkaar begonnen te slaan in plaats van hem aan te vallen. Hij was klein en teer. Ze zouden hem zonder moeite kunnen overmeesteren.
Toen iemand de zwaargebouwde man een dreun verkocht, was de weg naar de deur vrij. Kevin aarzelde niet. Hij trok de deur open en zette het op een lopen. Zowat de helft van de aanwezigen in het café volgde hem naar buiten. Kevin sprintte het bos in.
Kevin had nog nooit zo snel gelopen. Zelfs niet tijdens de finale op het schooltoernooi. Hij rende dieper het bos in. Zijn ademhaling ging razendsnel en het zweet parelde op zijn voorhoofd. Hoewel hij heel snel vorderde, waren er toch twee mannen die hem naderden.
De takken achter hem kraakten met elke voetstap die ze zetten en Kevin had schrik dat ze hem te pakken zouden krijgen. Hij keek achterom en zag de twee figuren die hem op de hielen zaten.
Doordat hij een blik achterom wierp, zag hij de grote tak niet die voor hem op de grond lag. Kevin struikelde over de tak en viel op de grond. Een snijwond liep over zijn been. De mannen zouden hem al vlug inhalen en zijn knikker afpakken zodat hij nooit meer naar de aarde zou kunnen terugkeren. Kevin vroeg zich af hoe het zou zijn om zijn ouders en zijn opa nooit meer terug te zien.

(terug naar 'menu DE RING VAN JUPITER')

(terug naar 'menu BOEKEN')