HET UNIVERSUM VAN JEUGDAUTEUR NICO DE BRAECKELEER
WELKOM OP JUPITER

 

DUIVELSDUISTER

 

Bestel HIER een gesigneerd exemplaar van DUIVELSDUISTER !

 

ALGEMENE INFO

"Duivelsduister" is het vierde onheilspellende griezelboek van Nico de Braeckeleer. Hij schreef eerder de twee monsterboeken "Skelettendans" en "Bloedmaan" in de reeks 'Toby Flemming, junior monsterjager' en het donkere griezelverhaal "De Halloweenbaby". "Duivelsduister" wordt uitgegeven bij Abimo Uitgeverij. De griezelige cover is ontworpen door Ann De Bode.

 

STEEKKAART

 
     
 

Auteur:

Nico De Braeckeleer
 

Uitgeverij:

Abimo Uitgeverij
 

Cover & illustraties:

Ann De Bode
  Vormgeving: Marino Pollet
 

Genre:

Griezel
  Datum verschijning: eind februari 2007
 

Uitvoering:

hardback
 

Formaat:

22,2x14,5 cm
 

Omvang:

96 blzn.
 

Prijs:

€ 12,50
 

Leeftijd:

10+ (9-14 jaar)
 

ISBN:

9059323261

(terug naar 'menu DUIVELSDUISTER')


KORTE INHOUD

Mijn nagels krasten in het hout. Pijnlijke vingers en twee gebroken nagels waren het enige resultaat. Een dikke, warme vloeistof droop van mijn vingertoppen. Bloed. Het was alsof ik levend was begraven. Geen geluid, geen licht. En plots ook geen lucht. Het acute gebrek aan zuurstof wakkerde mijn doodsangst nog aan. De weinige zuurstof die in de kist overbleef, probeerde ik via mijn opengesperde mond naar binnen te zuigen en langs mijn neusgaten op te snuiven. De lucht was bedompt. Ze rook vreemd. Verbrand. Naar zwavel.

Als de 12-jarige Branco met zijn vrienden naar het circus gaat, kruipt hij tijdens de goochelact in een kist. Voor de kist dichtgaat, fluistert de goochelaar het woord 'Duivelsduister'.
Nadat Branco uit de kist kruipt is niets meer hetzelfde. Zijn vrienden, zijn ouders en zelfs zijn hond gedragen zich net iets anders dan voorheen. Er moet iets met de wereld gebeurd zijn in de korte tijd dat Branco in de kist heeft doorgebracht. Maar wat?
Stilaan komt Branco erachter welk duister, duivels spel er met hem wordt gespeeld…


(terug naar 'menu DUIVELSDUISTER')



FRAGMENT

Branco gaat met zijn vrienden naar het circus. Als de goochelaar om een vrijwilliger vraagt om in een kist de kruipen, biedt Branco zich aan.

De bevallige assistente knipoogde nog éénmaal naar me en deed het deksel omlaag. Door een spleetje zag ik hoe de goochelaar naar me grijnsde. Het maakte me ongemakkelijk. Op dat moment fluisterde hij heel zachtjes een woord. Toen het woord zijn lichtroze lippen was gepasseerd, klapte het deksel helemaal dicht.
Duivelsduister.
Dat was het woord dat hij had gefluisterd. Het was het eerste woord dat hij uitsprak zonder enig Frans accent.
Om de één of andere reden maakte het woord me misselijk. Het tolde eerst rond in mijn hoofd, liet daarna een kleffe smaak na in mijn mond en baande zich vervolgens via mijn slokdarm een weg naar mijn maag, waar het bleef ronddraaien.
Toen kwam ik tot het besef dat het waarschijnlijk niet het woord was dat mij onpasselijk maakte, maar wel de perfecte duisternis die mij omsloot. Ik was nog nooit bang geweest van het donker, maar nu wel. Het was geen alledaagse donkerte, maar een glibberige duisternis die tastbaar was en toch ook weer niet. Een duisternis als een gigantische maagholte die mij wilde verteren.
Ik bad dat iemand mij via de dubbele bodem van de kist snel zou komen bevrijden want ik wist niet hoelang ik dit pikkedonker kon trotseren. Ik wilde roepen en gillen, maar drukte mijn handen tegen mijn lippen. Trots weerhield mij ervan om het uit te schreeuwen. Ik mocht toch niet afgaan voor een massa mensen! Dan zou ik tot het einde van mijn dagen worden bekeken als de jongen die het in zijn broek deed in het circus. Niet dat ik anders veel gaf om wat mensen van mij dachten of zeiden, maar dit vond zelfs ik te gênant .
De kist bleef dicht. Het donker krioelde als een drom koolzwarte mieren om me heen. Al vlug kon ik niet meer schatten hoelang ik al in deze kist lag. Het leken uren, maar misschien waren het maar minuten of zelfs seconden.
Ik besefte dat als ik niet vlug bevrijd zou worden, ik zou sterven. Het kon me plots niet meer schelen dat ik mij belachelijk maakte en ik schreeuwde het uit. Maar er kwam geen enkele klank uit mijn mond.
Waren mijn stembanden verlamd of slorpte de duisternis in de kist het geluid zo snel op dat ik zelfs mijn eigen geroep niet kon waarnemen? Ik hamerde met mijn vuisten tegen de harde wanden van de houten kist, maar er was niet het minste gebonk hoorbaar. Met mijn handen probeerde ik het deksel open te duwen. Tevergeefs. Veel te zwaar. Mijn nagels krasten in het hout. Pijnlijke vingers en twee gebroken nagels waren het enige resultaat. Een warme, dikke vloeistof droop van mijn vingertoppen. Bloed.
Het was alsof ik levend was begraven. Geen geluid, geen licht. En plots ook geen lucht. Het acute gebrek aan zuurstof wakkerde mijn doodsangst nog aan. De weinige zuurstof die in de kist overbleef, probeerde ik via mijn opengesperde mond naar binnen te zuigen en langs mijn neusgaten op te snuiven. De lucht was bedompt. Ze rook vreemd. Verbrand. Naar zwavel. Voor mijn geestesoog doemde het beeld op van een brandend circus. Honderden kinderen stormden de tent uit.
Was het dat wat er was gebeurd?
Stond het circus in lichterlaaie en was iedereen gevlucht? Hadden ze mij alleen achtergelaten? Neen, dat was onmogelijk. Dan zou ik het krijsen en schreeuwen gehoord hebben, maar het was volkomen stil. Hoewel. Misschien was de kist geluidsdicht? Maar waarom?
Doodsbang, vervuld van een benauwdheid die mijn gedachten bedwelmde, lag ik in de kist. Ik was me er niet van bewust of ik nog gilde of zweeg. Of ik wild om me heen sloeg of doodstil lag. Ik bad dat iemand me zou komen bevrijden zodat het daglicht weer tot mij kon komen.

(terug naar 'menu DUIVELSDUISTER')

(terug naar 'menu BOEKEN')